| > Taxus | > Buxus | > Laurier | > Sinaasappel | > Olijf |
De buxus, die van nature op kalkrijke bodems voorkomt, wordt al eeuwenlang door de mensen gebruikt. Het fijn generfde, dichte buxushout is de hardste Europese houtsoort; het trekt niet krom en breekt niet bij fijn houtsnijwerk. Vroeger werd buxushout gebruikt om meetinstrumenten, zoals linialen, te maken. Men gebruikte het ook voor houtgravures, drukblokken en katrolblokken. Het gedladerte van de buxus is dicht, het is een groenblijvende plant die langzaam groeit en hij is goed bestand tegen snoeien. Om al deze redenen is de buxus al heel lang een geliefde haag- en vormsnoeiplant. Alle delen van de plant, vooral het blad en de zaden, zijn giftig. Toch kent de buxus vanouds ook een medicinale toepassing;hij werd gebrouikt bij koorts, bij pokken en bij beten van hondsdolle honden. Hoogte : tot 6m. Type : groenblijvend. Schors : lichtbruin, eerst glad, later met fijne groeven. Blad : glanzend, ovaal tot langwerpig, vaak met een inkeping aan de top. Bloem : trossen van 5-6 stengelloze rondom 1 vrouwelijke bloem op een korte stengel ; lichtgeel, zonder kroonbladen; geurand. Vrucht : zaaddaosje met drie gespleten sporen, die bruin en papier-achtig worden en waaruit zwarte zaden komen. Uit : « Zo herkent u bomen », Parragon Books Ltd, 2007 |