| > Taxus | > Buxus | > Laurier | > Sinaasappel | > Olijf |
De laurier, die inheems is in het Moddellandse Zeegebied, stond al in de oudheid in hoog aanzien. In de klassieke mythologie was deze boom gewijd aan de go Apollo. De oude Grieken en Romeinen vlochten lauriertakken tot kransen waarmee ze na een overwinning atleten, krijgslieden en dichters bekroonden. Tegenwoordig kennen we de laurier vooral als keukenkruid. De aromastiche bladeren behoren tot de meest gebruiskte kruiden in de Europese en Noord-Amerikaanse keuken; ze geven smaak aan tal van gerechten, van pastasauzen aan tal van gerechten, van pasrasan tot stoofschotels. De laurierboom is ook gefield in de siertuin. Hij heeft glandezende, groenblijvende bladeren en leent zich uitstekend voor vormsnoei. In klassieke formele tuinen zien we in potten vaak laurierboompjes op stam die in een mooie bolvorm zijn gesnoeid. Hoogte : tot 18m. Type : groenblijvend. Schors : donkergrips, glad. Blad : glanzend, donkergroen, ovaal met een spitse punt, aromatisch als het wordt gekneusd. Bloem : mannelijke en vrouwelijke bloemen aan afzonderlijke bomen, in trossen. Klein, geel, met ze bloembladen. Mannelijke bloemen hebben een groof aantal meeldraden. Vrucht : aan de vrouwelijke planten paarser tot zwarte ronde vlezige bessen met een doorsnede van 1 cm. Uit : « Zo herkent u bomen », Parragon Books Ltd, 2007 |